HET TAALGEBRUIK IN BESTUURSZAKEN
Het homogeen Nederlandse taalgebied
Brussel
De faciliteitengemeenten
Nuances
Controle
De taalwetgeving legt vast in welke taal (of talen) de overheid moet communiceren met haar burgers, en vaak ook omgekeerd. Wel zijn er verschillende regels naargelang van het taalgebied en soms ook naargelang van de overheid.
De Taalwet Bestuurszaken maakt een onderscheid tussen verschillende soorten diensten.
-
Plaatselijke diensten zijn overheden met een hoofdzakelijk lokale functie, zoals het gemeentebestuur, het OCMW, het postkantoor of een treinstation van de NMBS.
-
Gewestelijke diensten zijn overheden die bevoegd zijn voor meer dan één gemeente maar waarvan de werkkring niet het hele land omvat, zoals het provinciebestuur, intercommunales of het gewestelijk ontvangkantoor van de belastingen. Het zijn dus géén diensten die afhangen van het Vlaamse, het Waalse of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
-
Centrale diensten bedienen het hele Belgische grondgebied en zijn gevestigd in Brussel. Het zijn bijvoorbeeld de hoofdbesturen van de federale overheidsdiensten.
-
Uitvoeringsdiensten zijn diensten waarvan geen leiding uitgaat, die belast zijn met een uitvoeringstaak en waarvan de werkkring heel België bestrijkt. Voorbeelden zijn het KMI in Ukkel of het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol.
-
Ministeries van gemeenschappen en gewesten en diensten die afhangen van de gemeenschappen en de gewesten hebben wegens hun verbondenheid met een van de taalgemeenschappen een specifiek statuut. Het gaat bijvoorbeeld om de departementen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse openbare instellingen, zoals De Lijn, Export Vlaanderen of de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB).
In het homogeen Nederlandse taalgebied
Van overheid naar burger. In haar relaties met inwoners van het homogeen Nederlandse taalgebied gebruikt de overheid het Nederlands. Als u in Gent woont, kunt u dus niet verwachten dat de provincie uw belastingformulieren in het Frans opstuurt. De inlichtingsformulieren van het VDAB-kantoor in Brugge zijn uitsluitend in het Nederlands.
Van burger naar overheid. Inwoners van het homogeen Nederlandse taalgebied mogen uitsluitend Nederlands gebruiken in hun contacten met diensten die in het homogeen Nederlandse taalgebied gevestigd zijn en waarvan de werkkring alleen dat taalgebied omvat. Er zijn dus twee voorwaarden:
● de burger woont in het homogeen Nederlandse taalgebied,
● de dienst is ook gevestigd in dat taalgebied en oefent uitsluitend daar zijn bevoegdheden uit.
Met andere woorden: een Antwerpenaar die bij het stadsbestuur een aanvraag indient voor een stedenbouwkundige vergunning, doet dat in het Nederlands. Een aanvraag in het Frans wordt niet aanvaard. Eigenlijk bevestigt die regel alleen maar dat het Nederlandse taalgebied eentalig Nederlands is, zoals ook de Grondwet heeft vastgelegd
Brussel
Van overheid naar burger. Brussel is, zoals bekend, tweetalig. Daarom moeten de overheden die op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest bevoegdheden uitoefenen, voor al hun berichten en mededelingen (dat zijn alle niet-gepersonaliseerde informatiedragers, bijvoorbeeld het gemeentelijk informatieblad, een straatnaambord of een naamplaat aan een gebouw) zowel Frans als Nederlands gebruiken.
Voor alle gepersonaliseerde schriftelijke en mondelinge communicatie en voor persoonlijke officiële documenten moet de overheid de taal gebruiken die de burger verkiest: Nederlands of Frans. Akten, getuigschriften of vergunningen moeten dus in het Nederlands worden opgemaakt voor wie daarom vraagt.
Een belangrijke uitzondering vormen de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en alle diensten die ervan afhangen. De VGC is een gedecentraliseerd bestuur van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. Ze ondersteunt in Brussel onder meer de Nederlandstalige voorzieningen, de cultuur, het onderwijs en de welzijns- en gezondheidszorg. Omdat die instelling zich tot de Vlaamse Brusselaars richt, volgt ze ook de Vlaamse regeling: alle communicatie gebeurt in beginsel in het Nederlands en vreemde talen mogen slechts uitzonderlijk en onder strikte voorwaarden worden gebruikt.
Van burger naar overheid. Wat het taalgebruik van privé-personen tegenover de overheid betreft, is de situatie in Brussel eenvoudig: de overheid moet zowel Frans als Nederlands verstaan.
Faciliteitengemeenten
In de faciliteitengemeenten gelden bijzondere voorschriften die garanderen dat Franstaligen met de overheid in het Frans kunnen communiceren als ze dat willen.
● Betrekkingen met de inwoners van de faciliteitengemeenten (bijvoorbeeld brieven of telefonische gesprekken) gebeuren in het Nederlands, of in het Frans als de inwoner daarom vraagt.
● Berichten en mededelingen, zoals bijvoorbeeld affiches, moeten in het Nederlands én het Frans worden opgesteld, met voorrang voor het Nederlands. Formulieren (voorgedrukte documenten die door de burger zelf moeten worden ingevuld) moeten in de taalgrensgemeenten alleen in het Nederlands beschikbaar zijn, in de randgemeenten in de beide talen.
● Alle persoonlijke officiële documenten, zoals akten of vergunningen, worden opgesteld in de taal die de inwoner verkiest (Nederlands of Frans) óf worden op verzoek en als dat noodzakelijk is, in het Frans vertaald. Welke van die twee regelingen van toepassing is, hangt af van het soort document en van de faciliteitengemeente waarin de dienst gevestigd is die het document uitreikt.
De taalfaciliteiten gelden alleen voor individuele inwoners, niet voor de bestuurders van de faciliteitengemeenten. Volgens de wet op de bestuurstaal mogen de Vlaamse faciliteitengemeenten alleen in het Nederlands worden bestuurd. De zittingen van de gemeenteraad en het schepencollege mogen uitsluitend in het Nederlands verlopen.
Nuances
In een aantal situaties is de overheid verplicht om van de basisregels af te wijken of heeft ze de mogelijkheid om dat te doen. Het uitgangspunt blijft dat het gebruik van een andere taal niet mag leiden tot een systematische meertaligheid. De streektaal blijft nog altijd de officiële taal.
Een aantal diensten die heel België of een groot deel ervan bedienen, zijn verplicht om in hun betrekkingen met een burger of bij het opmaken van persoonlijke officiële documenten de taal te gebruiken die de burger kiest, zelfs als dat niet de taal van zijn woonplaats is. De belangrijkste zijn de centrale diensten en de uitvoeringsdiensten die heel België bestrijken.
Dergelijke diensten gaan er weliswaar van uit dat wie in Antwerpen woont, Nederlands spreekt en ze sturen hun documenten naar een Antwerpenaar dus in het Nederlands op. Maar wie dat wil, mag ook een document in het Frans of Duits aanvragen.
Bij het verspreiden van berichten en mededelingen houden deze diensten wél rekening met de officiële taal of talen van het gebied waar ze verspreid worden. Een affiche, bijvoorbeeld, wordt in het homogeen Nederlandse taalgebied alleen in het Nederlands verspreid.
Voor sommige administratieve documenten die opgesteld zijn in een andere taal, is in een beperkt systeem van vertalingen voorzien. Het gaat bijvoorbeeld om akten die opgemaakt zijn door diensten uit een ander taalgebied. Wie in Antwerpen geboren is en zijn geboorteakte moet voorleggen aan een dienst uit het Franse taalgebied, kan bij de provinciegouverneur een vertaling aanvragen.
Sommige internationale rechtsregels of specifieke wetten schrijven voor dat bepaalde documenten in verschillende talen moeten worden opgemaakt terwijl dat niet mag volgens de taalregels die hier beschreven zijn. In dat geval heeft de internationale regel of de specifieke wet voorrang.
Dat is bijvoorbeeld het geval voor het taalgebruik in internationale rijbewijzen, dat geregeld wordt in een internationaal verdrag. Het verdrag legt vast dat het document vermeldingen in verschillende talen bevat. Zelfs als het rijbewijs wordt uitgereikt door een gemeente uit het Nederlandse taalgebied, moeten volgens het verdrag ook andere talen worden gebruikt naast het Nederlands.
Personeelsleden van plaatselijke en gewestelijke diensten mogen inwoners uit een ander taalgebied in hun eigen taal te woord staan. Als een Luikenaar naar de dienst Cultuur van de stad Brugge belt, mag de ambtenaar zijn vragen in het Frans beantwoorden, al is hij of zij dat niet verplicht.
In toeristische centra mogen berichten en mededelingen die bestemd zijn voor toeristen, opgesteld worden in minstens de drie landstalen. Folders, catalogi van het stedelijk museum of gebruiksinformatie op parkeerautomaten mogen dus in meer dan één taal. De diensten moeten daarvoor wel de toestemming krijgen van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.
Voor het taalgebruik op de internationale luchthaven van Zaventem (Nederlands taalgebied) bestaan specifieke voorschriften, die het gebruik van andere talen dan de landstalen toelaten. Zo mogen mededelingen op de beeldschermen en borden in de vertrekhal in het Nederlands, Frans, Duits en Engels gebeuren.
Uitzonderlijk staan de instanties die toezicht houden op de naleving van de taalwetgeving toe dat er in bijzondere gevallen naast het Nederlands ook andere talen worden gebruikt. Zo mag de Vlaamse overheid een brochure verspreiden in het Nederlands en vier andere talen om buitenlanders welkom te heten die zich in Vlaanderen komen vestigen. Ook de Vlaamse instellingen in Brussel, zoals de Vlaamse Gemeenschapscommissie, verspreiden geregeld publicaties in verschillende talen om anderstaligen te betrekken bij projecten of evenementen. De voorwaarden voor het verspreiden van dergelijke vertaalde informatie zijn echter strikt. Daarom wordt het de overheid aangeraden om vooraf advies in te winnen bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Ter illustratie vindt u hier een lijst met uittreksels uit adviezen van de VCT (en de adjunct van de gouverneur) waarin het gebruik van andere talen werd toegestaan.
Controle
Net als andere wetten, kunnen taalwetten worden afgedwongen door rechtbanken of de overheid. Daarnaast zijn een aantal instanties opgericht die alleen voor taalwetgeving bevoegd zijn.
Overheid en rechtbanken.
Als u een overtreding van de taalwetgeving vaststelt, kunt u altijd eerst de dienst zelf waarschuwen die de overtreding heeft begaan. Dat gaat het snelst.
Is de dienst bereid om de fout recht te zetten, dan is er geen probleem. Gebeurt dat niet, dan kan de beslissing die in strijd is met de taalwet door de voogdijoverheid worden nietigverklaard.
Als u naar de rechter stapt, kan die de administratieve beslissing in een verkeerde taal buiten toepassing laten. Dat betekent dat de beslissing voor dat ene specifieke geval niet geldt.
Tegen een bijzondere categorie van administratieve rechtshandelingen kan een beroep tot vernietiging worden ingesteld bij de Raad van State.
Voor heel België: de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.
De vaste Commissie voor Taaltoezicht onderzoekt klachten over de toepassing van de Taalwetgeving Bestuurszaken. Na onderzoek van de klacht formuleert de VCT een advies. Die adviezen hebben een groot moreel gezag maar zijn niet juridisch bindend.
Vaste Commissie voor Taaltoezicht
Warandeberg 4
1000 Brussel
Tel.: 02-518 23 50
Fax: 02-518 26 20
Voor Brussel: de vice-gouverneur.
In de negentien Brusselse gemeenten ziet naast de VCT ook de vice-gouverneur van het arrondissement Brussel-hoofdstad erop toe dat de diensten de taalwetten respecteren. Zijn opdracht is vergelijkbaar met die van de VCT maar blijft beperkt tot klachten over overtredingen in Brussel.
Vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad
Gasthuisstraat 31
1000 Brussel
Tel.: 02-512 85 77
Fax: 02-513 04 54
Voor de faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand: de adjunct van de gouverneur.
De adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant houdt toezicht op de naleving van de taalwetten in Wemmel, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Sint-Genesius-Rode, Drogenbos en Linkebeek. Hij kan (voor die zes gemeenten) een niet bindend advies verlenen en kan als ombudsman optreden.
Adjunct van de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant
Provincieplein 1
3010 Leuven
Tel.: 016-26 70 94
Fax: 016- 26 70 92
E-mail: adjunct-gouverneur@vl-brabant.be
Voor Voeren: de adjunct-arrondissementscommissaris.
De adjunct-arrondissementscommissaris voor Voeren kan de nodige maatregelen treffen bij overtredingen van de taalwetten door lokale overheden in die gemeente.
Arrondissementscommissariaat Voeren
Stationsstraat 103 A
3790 Voeren
Tel.: 04-381 07 84
Fax: 04-381 22 31