Wat wil je worden?
Het Nederlandstalige scholennetwerk staat als een huis. Wie in Brussel woont, vindt op wandelafstand van zijn huis een kleuter- of lagere school. Met ruim dertig secundaire scholen en tachtig afstudeerrichtingen kunt u in Brussel zowat alles worden. De Nederlandstalige scholen zijn bovendien vlot bereikbaar met het openbaar vervoer, ook voor leerlingen die van buiten Brussel komen. Jaar na jaar heeft het Nederlandstalige onderwijs in Brussel steeds meer succes. Elders in België dalen de leerlingenaantallen maar in Brussel stijgen ze, zeker in de kleuter- en lagere scholen. Alsmaar meer Franstalige en anderstalige ouders sturen hun kinderen naar een Nederlandstalige school. Ze doen dat omdat ze twee- of meertaligheid erg belangrijk vinden voor de toekomst van hun kinderen. De leerkrachten zorgen ervoor dat alle kinderen in het Brusselse Nederlandstalig onderwijs optimale leerkansen krijgen. Bovendien zijn de klassen er vaak kleiner en is de infrastructuur moderner. Het blauw-groene logo met de letter N dat alle Nederlandstalige scholen in Brussel dragen, is uitgegroeid tot een kwaliteitslabel.
Leerkracht in Brussel
In het Nederlandstalige onderwijs in Brussel zitten de kinderen van jongs af in meertalige en multiculturele klasjes, met kinderen uit alle sociale lagen. Begin 2004 zaten in de Nederlandstalige scholen ruim 34.000 kinderen. Van de middelbare scholieren komt ruim vier op tien uit een gezin waarin enkel Nederlands wordt gesproken. Bij de kleuters en de lagereschoolkinderen ligt dat anders: gemiddeld 16 procent of nog minder komt uit een puur Nederlandstalig gezin. Een op drie kinderen spreekt thuis enkel Frans en voor een op drie speelt het gezinsleven zich af in nog een andere taal. Dat is verrijkend en tegelijk een uitdaging, zeker voor de leerkrachten. Om hen beter te ondersteunen, hebben de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Vlaamse overheid allerlei initiatieven ontwikkeld. Zo maakt de meerderheid van de basisscholen gebruik van het aanbod van Voorrangsbeleid Brussel (VBB) en Taalvaart : onder begeleiding van experts verhogen ze stap voor stap en via aangepaste lesmethodes de taalvaardigheid van de leerlingen. Bovendien leren leerkrachten beter omgaan met de verschillende gewoonten en culturen, waardoor ook het contact met de ouders verbetert. Meer nog dan elders is samenwerking met de ouders immers broodnodig : om het Nederlands echt onder de knie te krijgen, moeten de kinderen er ook buiten de schoolmuren mee in contact komen, via boeken, tv-programma’s, enzovoort... Ook kunnen leerkrachten terecht bij een nascholingscentrum dat zijn programma specifiek afstemt op de Brusselse situatie. Het Nederlandstalige onderwijsnetwerk is overigens breder dan alleen maar de scholen : er zijn ook scholen voor buitengewoon onderwijs, internaten, centra voor leerlingenbegeleiding, enzovoort... En wie na de schooluren zijn artistieke talenten wil vervolmaken, kan terecht in het deeltijds kunstonderwijs voor muziek, woord en dans. Volwassenen die uit professionele of persoonlijke behoefte willen bijleren, kunnen terecht bij de centra voor volwassenenonderwijs. Er is ook een uitgebreid vormingsaanbod, onder meer in de 22 gemeenschapscentra .