VEEL GESTELDE VRAGEN
Taalgebruik in gerechtszaken
Mag een PV voor een verkeersovertreding van een Vlaming in het Frans worden opgesteld?
Een proces-verbaal of pro justitia dat wordt opgemaakt in het Franse taalgebied, moet in het Frans. Het is niet toegelaten om in het Franse taalgebied een Nederlandstalig proces-verbaal op te stellen. In Brussel kan een proces-verbaal in het Frans worden opgesteld als u niet in het Nederlands werd verhoord. De keuze van de taal gebeurt daar overeenkomstig "de noodwendigheden der zaak" (artikel 11 van de Taalwet Gerechtszaken). Dat kan gaan om de woonplaats van de overtreder, maar ook om de taal die bij de inschrijving van het voertuig werd gebruikt, of om andere elementen. Het kan dus gebeuren dat u een Franstalig pv ontvangt.
Er bestaat geen wettelijke verplichting voor de politiediensten om een vertaling van het proces-verbaal te bezorgen. Wel voorziet de Taalwet Gerechtszaken in de mogelijkheid om een vertaling aan te vragen bij het parket, via een verzoekschrift dat wordt ingediend bij de griffie (artikel 22 van de Taalwet Gerechtszaken).
Ik heb begrepen dat er geen verplichting bestaat om een huurcontract tussen twee particulieren (voor de verhuring van een onroerend goed in Leuven) in het Nederlands op te stellen. Stel: als Nederlandstalige eigenaar stem ik er mee in om een Franstalig huurcontract te sluiten. Er ontstaan problemen met de huurder en het geschil moet voor de rechtbank worden beslecht. Is de procedure voor de rechter dan automatisch in het Frans?
Het is correct dat het taalgebruik in huurcontracten tussen twee private personen volledig vrij is. Een huurcontract voor een in Vlaanderen gelegen onroerend goed mag dus in het Frans.
De taal waarin een eventuele gerechtelijke procedure moet verlopen (en waarin de dagvaarding moet worden gesteld), wordt bovendien niet beïnvloed door de taal van de documenten die aanleiding zijn voor het geschil. Met andere woorden: het is niet omdat het huurcontract in het Frans is opgesteld, dat ook de gerechtelijke procedure in het Frans moet verlopen.
Wel bepalend is het taalstatuut van de woonplaats van de verweerder (hier: de huurder). Indien hij, zoals hier het geval, in het Nederlandse taalgebied woont, dan moet de dagvaarding in het Nederlands (artikel 4, §1, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken (hier: de huurder). Opgelet. Dat wil niet zeggen dat ook de verdere procedure automatisch in het Nederlands verloopt. De Taalwet Gerechtszaken voorziet ook in de mogelijkheid voor verweerder en eiser om gezamenlijk te vragen dat de procedure in het Frans wordt voortgezet naar een vredegerecht uit het Franse taalgebied (artikel 7, §1, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken).
Ik verhuur een appartement in Brussel-Hoofdstad (Evere). Huurovereenkomst en plaatsbeschrijving zijn in het Nederlands. Nu de huurder zijn verbintenissen niet nakomt, heb ik contact opgenomen met het bevoegde vredegerecht (gerechtelijk arrondissement Brussel, Sint-Joost-ten-Node). Volgens de contactpersoon moet ik de dagvaarding in het Frans indienen omdat de huurder geen Nederlands spreekt. Klopt dit?
De taal waarin de gerechtelijke procedure moet verlopen en waarin de inleidende akte (de dagvaarding) moet worden gesteld, wordt niet beïnvloed door de taal van de documenten die aanleiding zijn voor het geschil. Met andere woorden: het is niet omdat het huurcontract in het Nederlands is opgesteld, dat ook de procedure in het Nederlands moet verlopen.
Wel bepalend is het taalstatuut van de woonplaats van de verweerder (hier: de huurder). Indien hij in het Nederlandse taalgebied woont, dan moet de dagvaarding in het Nederlands, woont hij in het Franse taalgebied dan moet het in het Frans (of hij die taal ook werkelijk kent, speelt geen rol). Voor verweerders die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen, is er echter geen “taalvermoeden”; daar bepaalt de eiser in welke taal de inleidende akte wordt gesteld (artikel 4, §1, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken (hier: de huurder).
Gezien het gaat om een huurgeschil over een appartement in Evere (tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad) is het erg waarschijnlijk dat de verweerder daar ook zijn woonplaats heeft. In dat geval heeft de verhuurder dus de keuze om de dagvaarding in het Nederlands op te stellen. Opgelet: dat wil nog niet zeggen de hele procedure in het Nederlands zal verlopen! Franstalige verweerders die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen, kunnen altijd vragen dat de rest van de procedure in het Frans verloopt (artikel 4, §1, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken (hier: de huurder).
Onlangs ben ik beboet voor een snelheidsovertreding op de autosnelweg nabij Luik. De politie heeft mij een eentalig Frans PV gestuurd. Moet dat niet in het Nederlands gesteld worden? Kan ik niet eisen dat mij een Nederlandse versie wordt bezorgd omdat ik onvoldoende Franskundig ben?
Een proces-verbaal of pro justitia dat wordt opgemaakt in het Franse taalgebied, moet in het Frans. Het is niet toegelaten om in het Franse taalgebied een Nederlandstalig proces-verbaal op te stellen. In Brussel kan een proces-verbaal in het Frans worden opgesteld als u niet in het Nederlands werd verhoord. De keuze van de taal gebeurt daar overeenkomstig "de noodwendigheden der zaak" (artikel 11 van de Taalwet Gerechtszaken). Dat kan gaan om de woonplaats van de overtreder, maar ook om de taal die bij de inschrijving van het voertuig werd gebruikt, of om andere elementen. Het kan dus gebeuren dat u een Franstalig pv ontvangt.
Er bestaat geen wettelijke verplichting voor de politiediensten om een vertaling van het proces-verbaal te bezorgen. Wel voorziet de Taalwet Gerechtszaken in de mogelijkheid om een vertaling aan te vragen bij het parket, via een verzoekschrift dat wordt ingediend bij de griffie (artikel 22 van de Taalwet Gerechtszaken).
Artikel 22, Taalwet Gerechtszaken luidt: "Iedere verdachte die alleen Nederlands en Duits of een van die talen verstaat, kan vorderen dat bij zijn dossier een Nederlandse of een Duitse vertaling wordt gevoegd van de processen-verbaal, de verklaringen van getuigen of klagers en de verslagen van deskundigen die in het Frans gesteld zijn. Iedere verdachte die alleen Frans en Duits of een van die talen verstaat, kan vorderen dat bij zijn dossier een Franse of een Duitse vertaling wordt gevoegd van genoemde stukken die in het Nederlands gesteld zijn. Eveneens kan iedere verdachte die alleen Frans en Nederlands of een van die talen verstaat, vorderen dat bij zijn dossier een Franse of een Nederlandse vertaling wordt gevoegd van genoemde stukken die in het Duits zijn gesteld. De verdachte zal, langs de grifiie, zijn verzoekschrift aan de ambtenaar van het openbaar ministerie overmaken; het zal niet meer ontvankelijk zijn, acht dagen volgende op de betekening, hetzij van het bevelschrift tot verwijzing naar het hof van Assisen, hetzij van de dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de politierechtbank, van de militaire rechtbank of van de correctionele rechtbank houdende zitting in eerste aanleg. Hetzelfde recht wordt toegekend aan de verdachten voor de rechtscolleges in hoger beroep wat betreft de neiuwe over te leggen stukken. De kosten van vertaling zijn ten laste der Schatkist."
Artikel 4, §1, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken luidt: “De akte tot inleiding van het geding wordt in het Frans gesteld, indien de verweerder woonachtig is in het Franse taalgebied; in het Nederlands, indien de verweerder woonachtig is in het Nederlandse taalgebied; in het Frans of in het Nederlands, ter keuze van de eiser, indien de verweerder woonachtig is in een gemeente van de Brusselse agglomeratie of geen gekende woonplaats heeft”.
Artikel 7, §1, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken luidt: “Wanneer de partijen eenstemmig vragen dat de rechtspleging wordt voortgezet (…) in het Frans (…) voor de in (…) artikel(…) 2 genoemde gerechten [o.m. vredegerechten], wordt de zaak verwezen naar het gerecht van dezelfde rang uit dat taalgebied dat door de partijen gezamenlijk wordt gekozen”.
Artikel 4, §1, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken luidt: “De rechtspleging wordt voortgezet in de taal der akte tot inleiding van het geding, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet”. De rechter moet dit toestaan, behalve wanneer hij vaststelt dat de verweerder voldoende Nederlands begrijpt.